25-11-14

LEEFATELIER CONGO 6LA

Na een grondige voorbereiding, trok het 6de leerjaar op 13 november naar Congo. Na een controle aan de douane stapten we op het vliegtuig richting Kinshasa. Voor sommige kinderen was het de eerste vlucht. Eenmaal aangekomen, trok de helft van de klas en juf Ann naar de wijk Selembao in Kinshasa. De andere kinderen en juf Hanne trokken met de bus verder naar Bongo, een dorpje gelegen op 800 km van de hoofdstad, in het regenwoud.

In Kinshasa woonden 3 families, die oorspronkelijk uit Bongo kwamen,  samen in de wijk. Iedereen zette alles in het werk om zijn zaakje te runnen, wat zeker niet gemakkelijk was. Kinderen hadden een uniform nodig om naar school te gaan, het schoolgeld moest betaald worden, de maïs moest fijn gestampt worden, de leveringen moesten met de pouspous bezorgd worden, de elektriciteit moest betaald worden in het computer-/gsm-bedrijfje, de vergunning van de bar moest in orde zijn … Heel dikwijls kwamen de families samen op de ‘lopango’ van mama Esengo om te overleggen en oplossingen voor problemen te bedenken. Want … Bosay’ m ko atímóláká lofós’a ntóká. ( = Lingala voor ‘Eén vinger kan geen rups uit een holte halen’,  m.a.w. ‘We moeten elkaar helpen om iets te bereiken.’)

In Bongo was het leven rustiger, meer natuur, minder stress, maar ook minder luxe. Geen frigo of tv in Bongo zoals in de wijk Selembao. Maar ook hier werden ze niet gespaard van financiële problemen en  oplichterspraktijken. Het land bewerken, maniok oogsten, een visvijver aanleggen, water halen voor het huishouden, lekker eten klaarmaken, producten  verkopen op de markt, een school bouwen, radio Bongo actueel houden, … Iedereen moest zijn steentje bijdragen. De ‘mama’ heeft in elke familie steeds een grote verantwoordelijkheid. Overleg op de ‘parcelle’ met de verantwoordelijke van het dorp, de chef, was ook hier noodzakelijk voor de bevolking. De chef en de helper van de chef namen samen, na een overleg met de families, de beslissingen.

 

Voor de officiële aanstelling van de nieuwe chef, werd de familie in Kinshasa uitgenodigd op een feest in Bongo. Uiteraard wou de familie naar het feest komen, maar aangezien het vliegtuig te duur was, regelden ze een vrachtwagen voor deze  lange reis. In Kinshasa zorgden ze voor cadeautjes, de families wilden zeker niet met lege handen in Bongo toekomen: zelfgemaakte citroenlimonade, zelf bereide geroosterde pindanoten, bakbananen op mama’s wijze, muziekinstrumenten van bij de ‘bricoleur’, zeep uit eigen fabriek, …

We waren zeer welkom. Er werd voor ons gedanst, de nieuwe chef werd officieel gehuldigd en ontving de staf van zijn voorganger, een raffiatapijt, een nieuw hemd, … Verder werd er djembé gespeeld en konden we samen smullen van de in Bongo bereide lekkernijen, zoals maniokwortel, zoete aardappel, bonen in tomatensaus.  Het feest duurde wel 4 dagen. Jammer maar helaas was ons Congolees liedje te snel uitgezongen. Iedereen trok met spijt in het hart zijn ‘panje’ uit. Zich intens inleven in een rol, doet anders kijken naar een cultuur. RESPECT! De uitspraak van Robbe:  ‘Waarom geen week inleefklas i.p.v. zeeklas?’ (Deze uitspraak werd door iedereen beaamd!)  vertelt hoe het project op de kinderen is overgekomen

18:20 Gepost door team GBS Asper | Commentaren (0)

De commentaren zijn gesloten.